In de zomer van 1989, ik was 14 jaar oud, had ik drie weken verkering met Joep. Ik was zo verliefd dat eten of slapen niet meer lukte en ik liep op school rond met een zelfgetekende tattoo op mijn arm: ‘Joep’.
Maar tijdens de kermis in Mariaheide maakte ik het plotsklaps uit. ‘Het komt gewoon omdat ik niet langer dan 3 weken verkering doe’, legde ik huilend uit op het stoepje voor ons huis. Door mijn tranen heen zag ik zijn fietslichtje in het donker verdwijnen.
We verloren het contact, maar 27 jaar later werden we Facebook vrienden. De tijd had ons ieder een ander leven gegeven: Zo was Joep in zijn geboortedorp in Brabant blijven wonen en ik naar Amsterdam verhuisd. En waar Philip en ik geen kinderen hebben had hij met zijn vrouw een dochter en een zoon gekregen. Tussen de vele voetbal-updates vulde hij zijn FB-tijdlijn ook met sites als ‘Zeg nee tegen een AZC’.
‘Gaat perfect, je mag er niks van zeggen!’ schreef hij als commentaar op een filmpje met stenengooiers uit 2012, waarvan de site claimde dat het een demonstratie uit 2015 was van vluchtelingen in Griekenland. Dit was al het derde filmpje wat hij die week postte.
‘Joep, hou nou ‘ns op!’ reageerde ik venijnig, ‘waarom post je dit?’ Laat op de avond kreeg ik een bericht terug: ‘omdat ik wil dat mijn kinderen veilig zijn, hoe zal het hen vergaan als ik er straks niet meer ben en zij in een land zitten waar andere nationaliteiten het overgenomen hebben?' Daar was ik even stil van, opeens hoorde ik een bezorgde en betrokken vader.
De volgende ochtend mailde ik hem terug: ‘Hoi Joep, sorry dat ik soms een beetje hard van leer tegen je trek.' Ik opperde het idee om samen een keer te gaan praten met vaders aan de andere kant van het verhaal, diegenen die op de vlucht zijn. 'Laten we naar Idomeni gaan', eindigde ik mijn antwoord. Daar zitten momenteel meer dan 10.000 vluchtelingen vast aan de grens, waaronder heel veel ouders met waarschijnlijk dezelfde zorgen als jij.
Helaas had Joep geen vrije dagen meer. 'Dus ik kan nu niet naar Griekenland', mailde hij terug. Daarom ik het idee ontstaan dat ík in plaats van Joep naar Idomeni ga. De verhalen die ik daar hoor en zie ga ik in brieven naar Joep sturen. Zo kan hij ze in zijn vrije uren thuis bekijken.
Natuurlijk heb ik Joep op de hoogte gebracht. Hij zegt dat hij het stoer vind en dat hij benieuwd is naar de verhalen.
In tegenstelling tot de ultra-geheime briefjes van vroeger mag nu iedereen meelezen!
Groeten
Marieke
www.mariekevandervelden.com
PUBLICATIE VOLKSKRANT
Het project is afgesloten met een publicatie in de Volkskrant, met daarin een reactie van Joep, waar ik het zeker mee eens ben. Joep, dank je wel dat je mee wilde doen en achter de schermen mooie reacties gaf op de brieven die ik je stuurde. Zo hebben we opeens samen een project gemaakt.. :)
BRIEF 15: HET INDIVIDU
Hoi Joep, dit wordt mijn laatste brief aan jou. Terugkijkend op het hele project probeer ik me te bedenken wat ik nu precies mijn drijfveer was om naar Idomeni te reizen en deze verhalen aan je te schrijven.
BRIEF 14: DE CIJFERS
‘We kunnen niet de hele wereld onderdak gaan bieden’, hoor ik vaak om me heen. En daar heeft men gelijk in, want de hele wereld opvangen is een beetje te veel. Gelukkig doen we dat bij lange na niet. Laten we het eens in een perspectief plaatsen.
BRIEF 13: HERINNERINGEN
‘Wij begrijpen je zorgen over vluchtelingen omdat wij in Noord-Irak zelf ook altijd veel vluchtelingen hebben opgevangen. Al meteen aan het begin van de oorlog in 2011 vluchtten veel Syriërs naar onze stad. Er waren inwoners van Mosul die daar vijandig tegenover stonden, maar wij brachten hen kleding en eten en we lieten zelfs mensen in ons huis douchen.’
BRIEF 12: LIJDEN
‘Toen mijn middelste zoon de oversteek naar Griekenland wilde maken ging het mis. De boot zonk en hij overleed. Nu, een jaar later, heb ik met zijn 2 kleine kinderen de zelfde boottocht gemaakt.’
Afgelopen week waren er wat baalmomenten toen ‘ons’ project een paar keer uit de bocht vloog in de media. In de kop van een artikel stond ‘Brieven aan Joep, die niets van vluchtelingen moet hebben’. En onder een artikel in het Brabants Dagblad verscheen plotseling in dikgedrukte letters iets als: ‘Joep wenst geen reactie te geven op dit project’.
‘Pfff, wat een onzin, is dit hoe de media werkt?’, schreef je me. Ik zuchtte terug met een ‘sorry’ er achteraan. Het voelde alsof we met een mooi schip in de bagger van ongenuanceerde cliche’s terecht kwamen.
HOE SLAAP JE?
Lotinda (8): ‘Slapen is hier heel anders dan thuis. Want daar sliep ik in een pyjama en hier slaap ik in mijn kleren en mijn jas. En thuis was het warm en hier in de tent is het heel koud. En ik heb hier geen eigen slaapkamer.’
BRIEF 10: ONMACHT
Afgelopen week vroeg Jumana mij of ik kon uitzoeken wat ze nu moeten doen nu de grenzen gesloten zijn. Positief begon ik aan een zoektocht. Als de EU zo duidelijk is in zijn besluit wat betreft de Turkije-deal, dan zullen ze ook wel goed hebben nagedacht over de 50.000 mensen die midden in hun reis zijn gestopt en in tenten zitten.
Ik verwachtte een website te vinden in 10 talen met concrete adressen, en 200 noodloketten verspreid over Griekenland. Maar het enige wat ik vond was een Skype-nummer dat 1 uur per dag open is voor het maken van een afspraak.
BRIEF 9: PUBERZONEN
Onze ouders zijn zo ontzettend bezorgd, soms worden we er niet goed van: ik moet steeds een nieuwe simkaart kopen omdat ze ons wel tien keer per dag willen bellen. Maar spijt van hun beslissing hebben onze ouders niet. Ze vinden een tent in Griekenland op dit moment veiliger voor ons dan het leger in Syrië.
BRIEF 8: KINDEREN
Ali: ‘Iedere vader doet zijn best om zijn kinderen alles te kunnen geven, maar ons, Syrische vaders, lukt dat niet. Dat is het ergste wat je als vader kan overkomen.’
Loading posts...